Business Unit MKB

Marco Coolen

Naam:Marco Coolen

Functie:Europees en Nederlands octrooigemachtigde

Afdeling:Unit MKB

Tel:+31 (0)40 243 37 15

Mail:M.Coolen@aomb.nl


Na afronding van zijn studie aan de TU/e Eindhoven in 1998 trad hij in dienst bij Philips. In 2003 ronde hij succesvol zijn MBA opleiding af waarna hij verschillende technische en commerciële management posities bij Philips en Océ vervulde. Marco is sinds september 2013 werkzaam bij AOMB, waar hij de beroepsopleiding tot octrooigemachtigde startte. Sinds juli 2018 heeft Marco officieel de titel Europees en Nederlands octrooigemachtigde.

Door zijn ruime ervaring in het bedrijfsleven en brede achtergrond, heeft Marco bijna alles wat binnen een bedrijf voorbij komt wel gezien en gedaan. Hierdoor heeft hij een uitstekend gevoel voor ondernemerschap ontwikkeld. Dit stelt hem in staat om op strategisch niveau met MKB-ondernemers mee te denken over de inzet van intellectueel eigendom.

Octrooien vergelijkt Marco met gereedschap: als je het niet kent, gebruik je het niet. Als je het koopt en je weet niet wat je er mee wil, ligt het in een hoekje te verstoffen. Marco’s grootste talent is samen met MKB-ondernemers zoeken naar de redenen waarvoor zij intellectueel eigendom willen aanschaffen. Als je dat weet, kunt je het zo optimaal mogelijk inzetten.

Marco omschrijft zichzelf als een rustig en toegankelijk persoon die altijd in is voor een goed gesprek.


Naast het schrijven van blogs voor AOMB heeft Marco ook de nodige artikelen geschreven voor andere website.

Mikrocentrum: Een sterke toeleverketen deel intelectueel eigendom
Mikrocentrum: De octrooigemachtigde patent op octrooien
Mikrocentrum: Een maakoctrooi voor de maakindustrie
Mikrocentrum 7 dingen die je moeten weten over patenten in de maakindustrie
Inkopers-cafe: Onderhandelen met een patenthouder
Inkopers-cafe: Strategische samenwerking leg intellectueel eigendom goed vast
Nextens: Gebruik octrooi in innovatiebox riskant




Werkzaam bij AOMB sinds

Vanaf 2013 werkzaam bij AOMB

Vestigingsplaats

Eindhoven HQ

Expertises en werkgebieden

Werktuigbouwkunde; energie & procestechnologie

Opleidingen

Mechanical Engineering & Sustainable Energy – Technische Universiteit Eindhoven (afgerond in 1998)
Management of Business Administration – Erasmus Universiteit Rotterdam (afgerond in 2003)

Relevante werkervaring

Eerder werkzaam bij Océ Technologies B.V. en Philips Electronics N.V.

Nevenactiviteiten

Lid van de Orde van Octrooigemachtigden en EPI

Blog

  • Hoe bepaal je een geschikt moment voor het indienen van je octrooiaanvraag?

    Wat is nu het beste moment om een octrooiaanvraag in te dienen? Hoe eerder hoe beter om concurrenten voor te zijn? Wachten tot kort voor een marktintroductie om kosten uit te stellen?

    Vanuit het perspectief van productontwikkeling is de vraag of een uitvinding klaar is met name een inschatting van de kans dat een product nog significant gaat wijzigen voor marktintroductie. Een inschatting van het succes in de markt is met name een investeringsrisico dat doorgaans afneemt gedurende een innovatieproject.

    In deze blog wordt aan de hand van een ontwikkeltrechter toegelicht hoe je een geschikt moment voor het indienen van een octrooiaanvraag bepaalt. De ontwikkeltrechter heeft drie fasen voor ontwikkeling van de innovatie gevolgd door een vierde fase waarin de innovatie wordt gelanceerd. De vier fasen zijn hieronder nader toegelicht.


    Fase 1: idee generatie

    Een minimum vereiste voor het bemachtigen van een patent is dat in een tekst duidelijk gemaakt kan worden hoe de uitvinding realiseerbaar is. Op een idee, droom of wens wordt geen patent verleend. Dit sluit een vroege indieningvan een octrooiaanvraag in deze fase niet uit.

    Met name indien het fundamentele idee van de uitvinding realiseerbaar is kan doorgaans prima een octrooiaanvraag worden opgesteld. Vanuit een octrooiperspectief is de uitvinding dan klaar. Een nadeel van een dergelijke vroege octrooiaanvraag is echter dat details die bijvoorbeeld tijdens de fase van concept-ontwikkeling worden toegevoegd nog niet bekend zijn. Dergelijke details kunnen later van belang blijken voor het daadwerkelijk verleend krijgen van het octrooi.

    Een bekende strategie voor het beschermen van dergelijke details is het indienen van een aanvullende octrooiaanvraag. Deze aanvullende octrooiaanvraag dient binnen 12 maanden na de eerste indiening te worden ingediend om de datum van de eerste indiening vast te houden. Is de datum van eerste indiening bij nader inzien minder relevant dan valt het intrekken van de eerste aanvraag te overwegen zodat de 12 maanden opnieuw beginnen.

    Fase 2: Concept-ontwikkeling

    Een belangrijke factor voor het indienen van een octrooiaanvraag tijden de fase van concept-ontwikkeling is de doorlooptijd van deze fase. Met name indien het de verwachting is dat deze fase relatief kort duurt ligt het voor de hand om te wachten met een eerste indiening totdat het concept is getest.

    Met name bij ontwikkelprojecten met een langere doorlooptijd is het gedurende deze fase van belang om de status van de uitvinding te toetsen. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden na realisatie van een prototype of het nemen van een projectmijlpaal.

    Fase 3: Testen

    Normaal gesproken is tijdens deze fase de uitvinding klaar voor het aanvragen van een patent. Zelfs in een iteratief proces waarbij ontwikkeling en testen elkaar opvolgen zal gedurende een testfase duidelijk worden of de uitvinding aan de verwachtingen voldoet.

    Het aanvragen van een patent in deze late fase is aantrekkelijk omdat naast het meer fundamentele idee van de uitvinding ook zo’n beetje alle details van de uitvinding bekend zijn. Deze details kunnen mogelijk handig zijn tijdens de verleningsprocedure of handhaving van het patent.

    Kort voor lancering van het product is het doorgaans goed mogelijk om landen te kiezen voor het aanvragen van een patent. Dit maakt dat in de testfase vaak sprake is van de strategie aangeduid met “late indiening” in een van mijn eerdere blogs.

    Fase 4: Lancering

    Over het indienen van een octrooiaanvraag tijdens de vierde fase kunnen we kort zijn. Na het lanceren van de innovatie in de markt ben je normaal gesproken te laat met het indienen van een octrooiaanvraag. Voor het verkrijgen van een rechtsgeldig patent dient de uitvinding immers nieuw te zijn. De uitvinding mag nergens ter wereld bekend zijn. Dit betekent voor de uitvinder dat ook hij zelf zijn uitvinding niet publiek mag maken voordat het patent is aangevraagd.

    Wil je jouw uitvinding octrooieren en heb je nog vragen over de te volgen route? Neem dan gerust contact met mij op.

    Bekijk ook mijn eerder blog die helpt bij de landenkeuze voor het aanvragen van een patent.

    Wilt u meer informatie over patenten? Download dan het (gratis) Handboek Patenten! Het Handboek Patenten behandelt de meest voorkomende vragen van ondernemers over het beschermen van uitvindingen tegen namaak

  • Welke verschillende strategieën zijn er bij het aanvragen van een patent?

    Naast de vraag “wat” beschermd dient te worden met een patent zijn essentiële vragen bij het aanvragen van patenten “waar” en “wanneer” dat dan dient plaats te vinden. In deze blog zijn strategieën gedefinieerd die helpen bij het maken van een keuze waar en wanneer je je octrooiaanvraag gaat indienen.

    Het is vrij gebruikelijk dat een succesvolle uitvinding in meerdere landen is gepatenteerd om bijvoorbeeld meerdere afzetmarkten af te schermen. De patenten in deze landen zijn doorgaans een vervolg op een zogenaamde eerste indiening van een octrooiaanvraag. Om te komen tot een keuze van een organisatie voor een eerste indiening is het handig om te weten in welke landen je uiteindelijk octrooibescherming wil hebben.

    Daarnaast is het van belang om een goede inschatting te maken van mogelijke toekomstige veranderingen aan je uitvinding. Door veranderingen aan de uitvinding kan een ingediende octrooiaanvraag minder relevant of waardeloos worden.

    Vier strategieën

    Met bovenstaande informatie zijn vier strategieën voor het indienen van een patent geformuleerd die verder zullen worden toegelicht.


    Strategie 1: Een vroege indiening

    Het aanvragen van een patent in een vroege fase van een innovatie is met name van belang als je verwacht dat een concurrent wel eens eerder zou kunnen zijn. Een goede indicator hiervoor is bijvoorbeeld de aandacht voor patenten in de bedrijfstak. Een patent wordt immers gegeven aan de eerste die het patent aanvraagt, niet aan de eerste die de uitvinding deed en geheim hield.

    Een risico van een vroeg ingediende octrooiaanvraag is dat deze later niet meer relevant is bijvoorbeeld doordat de uitvinding is veranderd of het product de markt niet haalt. Indien dan ook nog niet duidelijk is in welk land een patent in de toekomst van waarde is kunnen de kosten voor een eerste indiening maar beter zo laag mogelijk worden gehouden.

    De kosten voor een eerste indiening bestaan uit de kosten van de gekozen organisatie voor het behandelen van de octrooiaanvraag eventueel aangevuld met de kosten voor een tekstschrijver zoals een octrooigemachtigde. Gezien de relatief lage kosten in vergelijking tot het EPO en WIPO is het Nederlandse OCNL in dit geval aantrekkelijk voor een eerste indiening.

    De kosten voor het schrijven van een octrooiaanvraag zijn doorgaans veel hoger dan de indieningskosten. Het zoeken naar een octrooigemachtigde die goed thuis is in het onderwerp of in een land met relatief lage loonkosten actief is kan aantrekkelijk zijn om de kosten te drukken.


    Strategie 2: Ketenontwikkeling

    In het geval van een radicale innovatie of een diversificatie van bedrijfsactiviteiten kan het voorkomen dat de uitvinding klaar is voordat de landen bekend zijn waarin een patent op de uitvinding potentieel van nut kan zijn. Met name indien het niet de verwachting is dat een andere partij een patent aanvraagt op dezelfde uitvinding is het interessant om een eerste indiening van een patent te vertragen.

    Voor het ontwikkelen van een nieuwe toeleverketen of afzetmarkt kan het noodzakelijk zijn om de uitvinding te delen met derden. Hierdoor kan een eerste indiening mogelijk beperkt worden uitgesteld. Het delen van de uitvinding in een toeleverketen onder geheimhouding is vaak nog wel mogelijk, hoewel niet zonder risico. Voor een succesvolle octrooistrategie die is gericht op consumentenmarkten biedt geheimhouding echter geen uitkomst.

    Indien de focus ligt op het ontwikkelen van de keten is het van belang om opties te hebben op zoveel mogelijk landen voor een patent tegen zo laag mogelijke kosten. Een optie voor meer dan 150 landen kan worden verkregen door een internationale octrooiaanvraag in te dienen via het WIPO. Deze optie heeft een looptijd van ten minste 2,5 jaar na de eerste indiening. Een beperktere optie op meer dan 40 grotendeels Europese landen wordt verkregen door het indien van een Europese octrooiaanvraag bij het EPO.

    Zoals gebruikelijk voor opties dient vóór het verlopen van de looptijd besloten te worden om de optie uit te oefenen. Voor een internationale octrooiaanvraag betekent dit het daadwerkelijk starten van procedures in landen of voor regio’s zoals Europa. Gezien de kosten van deze procedures is het aan te raden om de keten te ontwikkelen voordat de optie verloopt.


    Strategie 3: Productontwikkeling

    Een situatie waarbij de keten wel bekend is, maar de uitvinding nog niet volledig ontwikkeld is komt relatief vaak voor bij incrementele innovaties. Dit is bijvoorbeeld het geval als bestaande producten worden doorontwikkeld. In het bijzonder indien sprake is van sterke concurrentie en elkaar snel opvolgende innovaties is het aanvragen van een patent in een vroege fase aantrekkelijk.

    In tegenstelling tot de hiervoor toegelichte vroege indiening is het bij productontwikkeling mogelijk om een land te kiezen waar de uitvinding in ieder geval beschermd dient te zijn. Gezien de relatief vroege fase is dit bij voorkeur een land met een relatief grote impact op de toeleverketen of afzetmarkt waarbij tegen acceptabele kosten een octrooi kan worden aangevraagd.

    Bij het afronden van de uitvinding binnen 12 maanden na de eerste indiening kunnen in de gekozen landen octrooiaanvragen worden ingediend. Alternatief kan worden gekozen voor een Europese of internationale octrooiaanvraag om zodoende de kosten op korte termijn te reduceren. De kosten voor de individuele landen worden dan op een later moment gemaakt. Bij deze laatste mogelijkheid nemen de totale kosten wel toe.


    Strategie 4: Een late indiening

    Het in een late fase van een ontwikkeltraject aanvragen van een patent is veruit het aantrekkelijkste scenario. Gedurende het ontwikkeltraject zijn risico’s afgebouwd en belangrijke landen voor een patent bekend geworden. Helaas is het gezien de concurrentie overigens niet altijd mogelijk om een uitvinding zo lang geheim te houden.

    Mocht je je wel in deze gelukkige positie bevinden dan kunnen de totale kosten voor het aanvragen van patenten worden gedrukt door het direct in gekozen landen aanvragen van een patent. Bij een relatief grote onzekerheid van de marktvraag kan een Europese of internationale octrooiaanvraag nog aantrekkelijk zijn om de kosten op korte termijn te reduceren.

    Een bijkomend voordeel van een relatief late eerste indiening is dat maximaal geprofiteerd kan worden van een patent. De levensduur van een patent is immers beperkt tot maximaal 20 jaar. Een te vroeg ingediende octrooiaanvraag kan de nuttige periode flink verkorten bij uitblijvende marktintroductie.


    Tot slot

    Het valt mij op dat de looptijd van 2,5 jaar van een internationale octrooiaanvraag vaak aan de krappe kant is. Met name indien de toeleverketen nog dient te worden ontwikkeld verloopt de optie nogal eens voordat er ook maar één product is verkocht. Naar mijn mening is dit vaak het gevolg van een te sterke focus op de uitvinding en het daardoor te laat starten met het opzetten van een toeleverketen.

    Zoals bij veel investeringen gaan de kosten voor de baten uit. Een relatief veel genoemd nadeel van octrooibescherming is dat de kosten wel erg ver voor de baten uit gaan. Mogelijk dat een van de voorgaande scenario’s de pijn een beetje kan verzachten.

    Wil je jouw uitvinding octrooieren en heb je nog vragen over de te volgen route? Neem dan gerust contact op met mij.

    Bekijk ook mijn eerder blog die helpt bij de landenkeuze voor het aanvragen van een patent.


    Wilt u meer informatie over patenten? Download dan het (gratis) Handboek Patenten! Het Handboek Patenten behandelt de meest voorkomende vragen van ondernemers over het beschermen van uitvindingen tegen namaak.

  • Zo kies je landen voor het aanvragen van een patent

    In Nederland kun je een octrooi (=patent) aanvragen bij het Octrooicentrum Nederland. Het Octrooicentrum kan echter alleen een patent (=octrooi) verlenen voor Nederland. Wil je in een ander land ook een patent dan dien je dit in principe voor elk land apart aan te vragen; een wereldwijd octrooi bestaat niet.

    Een uitvinding zal echter slechts zelden tot een enkel land zijn beperkt. Denk alleen al aan mondiale toeleverketens om producten te maken voor de verkoop aan zo’n beetje iedereen in de wereld die deze producten kan betalen. Als je je uitvinding al wilt octrooieren dan is het strategisch kiezen van landen een “must” om de kosten te beheersen. Deze blog kan je helpen bij het maken van een strategische landenkeuze.


    Een ketenbenadering

    Om te komen tot een keuze is het handig om de landen waarin de toeleverketen zich bevindt te onderscheiden. Ten eerste zijn dit de landen waarin de eigen onderneming en je concurrenten het product produceren. Ten tweede de landen waarin strategische en kritieke leveranciers van de eigen onderneming en van concurrenten zijn gevestigd. Een uitvinding kan immers zijn gericht op een onderdeel van een eindproduct.

    Daarnaast is het inzichtelijk om de afzetmarkt en de logistieke stromen te kennen. Met name inzicht in logistieke knooppunten kan leiden tot een strategische keuze voor een land met een kleine afzetmarkt waarin het product niet wordt gemaakt. In veel gevallen is het voldoende om een deel van de afzetmarkt te beschermen om te het voor concurrenten minder aantrekkelijk te maken de markt te betreden.

    Met bovenstaande informatie kunnen vier lijsten worden gemaakt met landen die kandidaat zijn voor het aanvragen van een octrooi:

    • Toeleveranciers: landen waarin onderdelen van het product worden gemaakt;
    • Concurrenten: landen waarin het product wordt gemaakt;
    • Logistieke knooppunten: landen waarin een centrale overslag of distributie aanwezig is;
    • Afzetmarkten: landen waarin het product wordt verspreid en gebruikt.

    Een volgende stap om tot een keuze te komen is om per lijst de verwachte invloed van octrooibescherming op de eigen onderneming in kaart te brengen. Als leidraad worden hierna per lijst een aantal aandachtspunten en inzichten besproken.


    Toeleveranciers

    Leveranciers van strategische en knelpunt-producten kunnen een sterke machtspositie in een toeleverketen verwerven. Deze machtspositie kan mogelijk worden veranderd door het aanvragen van een octrooi in een land waar een dergelijke toeleverancier is gevestigd.

    Neem bijvoorbeeld een octrooi dat is gericht op een doorontwikkeling van een onderdeel dat door zo’n leverancier wordt geleverd. Dit octrooi kan worden gezien als een middel om te voorkomen dat de leverancier de uitvinding levert aan concurrenten. Alternatief kan het octrooi mogelijk dienen als onderhandelingsmiddel voor het verbeteren van de leveringsvoorwaarden in ruil voor een licentie.

    Een belangrijke randvoorwaarde voor een strategie gericht op toeleveranciers is een hoge drempel voor het verplaatsen van de bedrijfsactiviteiten. Doorgaans is deze drempel hoog voor kapitaal intensieve industrieën zoals staalindustrie en halfgeleiderindustrie. Indien je leverancier relatief makkelijk kan verplaatsen is deze strategie waarschijnlijk weinig effectief.


    Concurrenten

    Een veel voorkomende reden voor het aanvragen van een patent is het blokkeren van concurrenten. Doorgaans is dit gericht op het voorkomen dat het product door de concurrenten wordt gemaakt zonder de afzetmarkt en toeleveranciers aan te spreken. Dit kan natuurlijk uitsluitend indien je je concurrenten en hun productielocaties kent.

    Ook hier geldt dat een hoge drempel voor het verplaatsen van de productielocatie een belangrijke randvoorwaarde is om plezier van je patent te hebben. Met name bij uitbestede fabricage bij ondernemingen zoals Foxconn, Flextronics of Jabil Circuit kan de drempel om de productie naar landen met lagere lonen te verplaatsen relatief laag zijn. Indien de fabricagelocatie in een relatief kleine afzetmarkt is gelegen dan heeft je octrooi na het verplaatsen van de fabricagelocatie mogelijk weinig waarde.

    Indien je geen inzicht hebt in de productielocaties of toeleveranciers van je concurrenten dan resteert slechts een strategie gericht op de afzetmarkt en logistieke knooppunten. Een octrooi aanvragen in een land waarin je concurrent slechts onderzoek doet is doorgaans weinig zinvol. Het toepassen van gepatenteerde uitvindingen voor onderzoek is in Nederland bijvoorbeeld vrij.


    Logistieke knooppunten

    Het uitgangspunt van een strategie gericht op goederenstromen is dat een relatief grote afzetmarkt wordt bediend vanuit een vast logistiek knooppunt. Denk hierbij aan havens, vliegvelden en distributiecentra. Zo kan met een Nederlands octrooi een belangrijk deel van de Europese afzetmarkt worden afgeschermd voor goederen die via de Rotterdamse haven Europa binnenkomen.

    Een concurrent die eenvoudig gebruik kan maken van meerdere routes en distributiecentra zal echter niet onder de indruk zijn van een patent in Nederland. In dat geval is een octrooi gericht op de productielocatie of de afzetmarkt waarschijnlijk een betere investering.

    Een aandachtspunt bij deze strategie is dat mogelijk (potentiële) klanten van de eigen onderneming dienen te worden aangesproken. Het behoeft geen betoog dat distributeurs die worden gedwongen om een lucratieve handel te staken niet altijd met veel plezier overstappen naar de octrooihouder.


    Afzetmarkt

    Hiervoor is reeds toegelicht dat een strategie gericht op de toeleverketen niet altijd goed mogelijk is. In dat geval resteert “slechts” de optie de afzetmarkt af te schermen. Met name voor consumenten-producten is dit een degelijke strategie. Een bevolking verplaatst zich immers minder makkelijk dan een fabriek.

    Als iedereen op de wereld een potentiële klant is dien je natuurlijk wel criteria te hebben om tot een selectie te komen. Grofweg zijn er twee aanpakken te onderscheiden: een budgetbeperking of een gewenst marktaandeel. Bij een budgetbeperking wordt doorgaans in de landen met de grootste afzetmarkten octrooi aangevraagd tot het budget is bereikt.

    Het doel van een aanpak gericht op een gewenst marktaandeel is het voor concurrenten minder aantrekkelijk maken om het product in de resterende kleine afzetmarkt aan te bieden. Een dergelijke aanpak voor de Europese markt betekent doorgaans dat ten minste een octrooi in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk noodzakelijk is.


    Toeleverketenpreventie

    Bescherming van een uitvinding is bij voorkeur gericht op het begin van de toeleverketen. Het aanspreken van één of een paar concurrenten of toeleveranciers staat immers doorgaans in geen verhouding tot het in veel landen aanspreken van distributeurs en afnemers.

    Deze strategie werkt echter alleen goed indien de drempel voor een producent om naar een ander land te gaan relatief hoog is. Verder zijn randvoorwaarden dat het land een goed functionerend octrooisysteem heeft en dat de drempel voor nieuwe producenten om de markt te betreden hoog is.

    Is aan deze voorwaarde niet voldaan dan is het afschermen van een deel van de afzetmarkt waarschijnlijk een betere optie. Een bevolking van een land verplaatst zich immers minder makkelijk dan een concurrent.

    Wil je jouw uitvinding octrooieren en heb je nog vragen over je landenkeuze of andere zaken? Neem dan gerust contact op met mij.


    Wilt u meer informatie over patenten? Download dan het (gratis) Handboek Patenten! Het Handboek Patenten behandelt de meest voorkomende vragen van ondernemers over het beschermen je uitvinding tegen namaak.

    © Afbeelding afkomstig van www.pixabay.com
  • Patent aanvragen, uitvinding geheim houden of publiceren? Voorkom dat je de Sjaak bent
    Bij het opruimen van wat oud papier kwam ik een aardig artikel uit de Volkskrant van 25 april 2015 tegen over vertrouwen in het Nederlandse octrooisysteem. Waarom ik het artikel bewaard heb weet ik niet meer. Bij het herlezen viel me wel een citaat van de bestuursvoorzitter van Nedap, Ruben Wegman, op: “Linksom of rechtsom; je bent sowieso de Sjaak”. Het aanvragen van patenten (= octrooien) kost handen vol geld. Omgekeerd heb je alleen maar last van patenten van anderen. Wat nu?

    Wie het eerst komt…
    Elk jaar rapporteren het Europees Octrooibureau (EPO) en de World Intellectual Property Organization (WIPO) cijfers over octrooiaanvragen. Hieruit blijkt dat het aantal octrooiaanvragen de laatste jaren weer toe neemt. Steeds meer ondernemingen maken gebruik van de mogelijkheden om intellectueel eigendom te beschermen. Een logisch gevolg hiervan is dat een onderneming een grotere kans heeft inbreuk te maken op rechten van een derde.

    In het algemeen geldt voor intellectueel eigendom dat je de eerste moet zijn die het aanvraagt. Een afwachtende houding kan dus meer schade aanrichten dan je op het eerste oog zou vermoeden. Zeker indien je directe concurrenten een sterke positie verwerven kun je er bijna zeker van zijn dat je de Sjaak bent. Een concurrent vraagt immers niet zomaar een patent aan.

    Publiceren als alternatief
    Bedrijven die liever geen patent aanvragen hebben grofweg twee opties. Een uitvinding geheim houden of publiceren. Met name een publicatie kan aantrekkelijk zijn voor het voorkomen dat een concurrent een patent verwerft. Publiceren kan goedkoop zodat je ten minste deels minder de Sjaak bent.

    Een nadeel van publiceren is wel dat je je concurrenten in het zadel kunt helpen om een innovatie snel te kopiëren. Hoe sneller je concurrenten volgen hoe harder je zelf zult moeten werken om een voorsprong vast te houden. Een misstap in eigen innovatie kan dan alsnog duur uitpakken.

    De muziek vooruit
    Het voorkomen dat je concurrenten patenten aanvragen waar je last van kunt hebben is lastiger. Ondernemingen die er niet in slagen om hun concurrenten ver vooruit te blijven zullen meer de Sjaak zijn dan anderen. Ik ken echter geen bedrijven die langdurig op alle vlakken hun concurrenten weten voor te blijven. Elke onderneming krijgt wel eens een tegenslag te verwerken. Mocht je dan de Sjaak zijn dan kun je maar beter goed voorbereid zijn.

    Heeft u nog vragen? Aarzel dan niet contact met mij op te nemen.


    Wilt u meer informatie over patenten? Download dan het (gratis) Handboek Patenten! Het Handboek Patenten behandelt de meest voorkomende vragen van ondernemers over het beschermen je uitvinding tegen namaak.