nl

Zoeken Menu

    © 2022 AOMB. Alle rechten voorbehouden.

    • Auteursrecht
    • Legal

    De rechten van uitvinders en aanvragers bij octrooien

    Bij het aanvragen van octrooi moet bekend zijn wie de aanvrager en wie de uitvinder is. De aanvrager is de houder van het aangevraagde octrooirecht en van een daarop te verlenen octrooi. De uitvinder heeft echter in beginsel aanspraak op octrooi. Hieronder leest u over de rechten van uitvinders en van aanvragers en hoe deze rechten zich tot elkaar verhouden.

    De aanvrager 

    De aanvrager is de juridisch eigenaar van het aangevraagde octrooirecht, oftewel, van de octrooiaanvraag. Een aanvrager kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn. In het geval de octrooiaanvraag leidt tot een verleend octrooi, is de aanvrager tevens eigenaar van het octrooi. Het is overigens mogelijk om octrooi aan te vragen op naam van een aantal aanvragers, hoewel dit vaak niet de voorkeur heeft. Verder kan zowel een octrooiaanvraag als een octrooi in eigendom worden overgedragen. 

    De aanvrager is verantwoordelijk voor een octrooi(aanvraag) maar plukt er ook de vruchten van. Hieronder vallen onder meer de mogelijkheid om op te treden tegen inbreukmakers, het verlenen van een licentie en het verkopen. Octrooi(aanvragen) zijn als immateriële vaste activa op de balans opgenomen. 

    Het is voor de aanvrager van essentieel belang dat deze aantoonbaar het recht heeft op een octrooi(aanvraag), oftewel op welke grond de aanspraak op octrooi is verkregen. Onder ‘Relatie aanvrager – uitvinder’ meer over dit onderwerp. 

    De uitvinder 

    De uitvinder is iemand die de uitvinding heeft gedaan, of althans een technische bijdrage heeft geleverd aan de uitvinding. Uitsluitend een natuurlijkpersoon kan een uitvinder zijn. Iemand die bijvoorbeeld enkel een financiële bijdrage aan een uitvinding heeft geleverd, is daarmee geen uitvinder. Er kunnen meerdere uitvinders bij de uitvinding betrokken zijn. Een eerste uitvinder zou bijvoorbeeld het algemeen principe achter de uitvinding kunnen hebben uitgevonden, terwijl een tweede uitvinder specifieke onderdelen of uitvoeringen daarvan heeft uitgevonden. 

    Het niet aanmelden van een uitvinder, of het later wijzigen van uitvindersgegevens, in het bijzonder het doorhalen van een uitvinder die achteraf ongewenst voor een octrooiaanvraag is aangemeld, kan tot problemen leiden zoals juridische discussie over het recht op eigenaarschap van de octrooiaanvraag of het octrooi. 

    Relatie aanvrager – uitvinder 

    Zoals al vermeld, ligt in beginsel het recht om octrooi aan te vragen bij de uitvinder(s). De aanvrager kan van de uitvinder(s) het recht hebben verkregen om octrooi aan te vragen middels een overeenkomst. Hierin draagt de uitvinder dus feitelijk diens recht op octrooi op de uitvinding over aan de aanvrager. De aanvrager kan ook op grond van de wet gerechtigd zijn om als aanvrager te gelden. Hiervan kan bijvoorbeeld (onder voorwaarden) in geval van dienstbetrekking van de uitvinder bij de aanvrager sprake zijn. 

    De rechten van uitvinders verschillen verder per land. Uitvinders hebben, in ieder geval in Nederland en in Europa, te allen tijde het recht om als uitvinder te worden vermeld in octrooipublicaties volgend op indiening van de octrooiaanvraag. Indien een uitvinder dit niet wenst, dient hij/zij dit schriftelijk te verklaren. In onder meer de Verenigde Staten (VS) heeft een uitvinder verder gaande rechten. 

    Het is voor de aanvrager van belang om er voor zorg te dragen dat de uitvinder bereikbaar is en blijft. Op een later moment in een octrooiprocedure kan namelijk een beroep op de uitvinder nodig zijn zoals voor het ondertekenen van officiële documenten. Dit is ten minste voor de Verenigde Staten aan de orde. Indien er bijvoorbeeld op basis van een eerste Nederlandse octrooiaanvraag later ook corresponderende octrooirechten in de VS worden aangevraagd, dient er bij de Amerikaanse octrooiraad expliciet te worden aangetoond dat de aanvrager het recht om octrooi aan te vragen heeft verkregen van de uitvinder(s). Tevens dient het uitvinderschap met een verklaring te worden bevestigd. Voor dergelijke officiële documenten is een handtekening van de uitvinder noodzakelijk. 

    In een overeenkomst tussen de uitvinder en de aanvrager kunnen dergelijke zaken als het bereikbaar blijven ook worden geregeld.  Reden temeer om in een vroeg stadium kritisch naar uitvinderschap en de rol van de uitvinder(s) te kijken en de relevante zaken schriftelijk vast te leggen. 

     

    Gerelateerde vragen

    Wilt u een keer vrijblijvend de mogelijkheden bespreken?

    Neem dan contact op met één van onze gemachtigden

    Contact