Business Unit Corporate

Brigitte Geurts

Naam:Brigitte Geurts

Functie:Dutch patent attorney

Afdeling:Unit Corporate

Tel:+31 (0)40 243 37 15

Mail:B.Geurts@aomb.nl


Is afgestudeerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar zij daarna ook haar promotieonderzoek deed in de Analytische Chemie. Brigitte Geurts schreef haar proefschrift over het toepassen van chemometrie voor de analyse van vluchtige stoffen. Sinds oktober 2016 werkt ze voor AOMB en maakt onderdeel uit van business unit Corporate.

Eén van Brigittes grootste kwaliteiten is het snel kunnen doordringen tot de kern van de zaak. Ook is ze gewend om zich nieuwe stof snel eigen te maken, heeft ze een groot oog voor detail en managet ze haar werk met veel orde en structuur.

Naast een breed wetenschappelijk interesse vindt Brigitte taal en puzzelen met taal erg leuk. Ze is blij om die combinatie te hebben gevonden in het beroep van octrooigemachtigde. Niet zo vreemd dat Brigitte houdt van boeken en lezen. Daarnaast is haar grote hobby sportklimmen, zowel indoor als outdoor. Maar ook van hardlopen, wielrennen en (berg)wandelen wordt zij erg gelukkig. Ook speelt Brigitte hobo in een harmonieorkest in Nijmegen.





Werkzaam bij AOMB sinds

Vanaf 2016 werkzaam bij AOMB

Vestigingsplaats

Eindhoven HQ - Arnhem

Expertises en werkgebieden

Fysische chemie: spectroscopie, Analytische Chemie: chemoinformatica, organische chemie, polymeerchemie

Opleidingen

Promotieonderzoek Analytische Chemie - Radboud Universiteit (afgerond in 2016) en Analytische Chemie – Radboud Universiteit (afgerond in 2012)

Relevante werkervaring

Binnen AOMB ervaring met opstellen en verlenen van octrooiaanvragen, Oral proceedings voor EPO gedurende verleningsprocedure, oppositie- en beroepsprocedures, FTO analyses, Third Party observations.

Nevenactiviteiten

Bestuurslid van de Jonge Orde van Octrooigemachtigden (2018 tot heden)

Blog

  • Patent aanvragen: moet ik aantonen dat mijn uitvinding werkt?
    Ik spreek regelmatig bedrijven die een goed idee hebben, maar eigenlijk de hulp van een externe partij nodig hebben om het idee te kunnen testen en door te ontwikkelen. Het liefst zouden ze al patent (=octrooi) aanvragen vóórdat ze naar externen toestappen, maar dan weten ze nog niet of het idee ook echt werkt. Daarom krijg ik vaak de vraag of het mogelijk is patent aan te vragen met alleen theoretisch bewijs. Dus of theorie alleen voldoende is om te bewijzen dat het idee (de uitvinding) een effect heeft en dus nieuw is, zonder enige vorm van experimenteel bewijs. En zo niet, of experimenteel bewijs ook later nog kan worden aangeleverd. Dus ná het aanvragen van patent.

    Hoeveel bewijs is er nodig?
    Vanuit de wetenschap zijn we gewend dat er herhaalde experimenten nodig zijn om te bewijzen dat bijvoorbeeld een nieuwe samenstelling beter resultaat oplevert. En bij geneesmiddelen moeten er uitgebreide klinische proeven worden uitgevoerd om een marktvergunning te krijgen. Voor het verkrijgen van een patent zijn de eisen iets minder streng: je moet kunnen aantonen dat het beweerde effect van de uitvinding ook echt bereikt wordt. Statistisch aantonen dat het effect van de uitvinding belangrijk is, is dus niet vereist, maar het kan zeker wel helpen.

    Wat wel heel belangrijk is voor een goed patent, is een goed vergelijkend voorbeeld. Je moet namelijk duidelijk aan kunnen tonen dat het bereikte effect echt komt door jouw uitvinding, en niet door een ander verschil. Vermijd dus verstorende variabelen: vergelijk geen appels met peren.

    Voor geneesmiddelen: een goede in vitro-studie kan al voldoende bewijs zijn. Je hoeft dus niet altijd te wachten op de resultaten van uitgebreide klinische studies zoals deze nodig zijn voor een marktvergunning.

    Wanneer is het bewijs nodig?
    Bij voorkeur nemen we experimenteel bewijs direct op in de patentaanvraag; Na indienen van een patentaanvraag mag je namelijk geen informatie meer toevoegen aan de tekst.

    Voor een Europese patentaanvraag mag je echter op een later moment in de verleningsprocedure wel argumentatie en extra bewijs aanleveren dat je uitvinding werkt; al wordt dit extra bewijs niet opgenomen in de tekst van de patentaanvraag. Een belangrijke voorwaarde is wel dat het aangetoonde effect uit dit extra bewijs wel al werd gesuggereerd in de patentaanvraag zoals ingediend. Wanneer dus later uit extra testen een heel ander effect komt dan je eerst in de patentaanvraag had beschreven, zal dit door het Europees Octrooibureau niet worden meegenomen bij de beoordeling van de inventiviteit van je uitvinding. Het helpt je dan ook niet om patent verleend te krijgen.

    Wij raden daarom aan om pas een patentaanvraag in te dienen wanneer er ten minste ‘proof of concept’ is. Een patentaanvraag wordt immers na 18 maanden gepubliceerd en het zou erg zonde zijn als je idee hierdoor wel publiek bekend wordt, maar dat je patentaanvraag niet verleend wordt omdat de werking toch anders blijkt dan je had gedacht. Daarnaast is het niet overal zoals in Europa: in sommige jurisdicties is het later aanleveren van aanvullende experimenten niet toegestaan.

    Gevaarlijk: theoretisch bewijs
    Soms weet je zeker dat je uitvinding een bepaald resultaat zal opleveren. Het is voor jou als uitvinder en expert heel logisch, en je denkt dat de theoretische uitleg voldoende aannemelijk maakt dat de uitvinding werkt zoals jij verwacht. Fijn, want dan kun je alvast patent aanvragen voordat je daadwerkelijk het laboratorium induikt. Maar pas op: wanneer je te goed kunt uitleggen waarom iets overduidelijk werkt (omdat het voor jou logisch is), loop je het risico dat je idee wordt gezien als voor de hand liggend, en daarmee niet als patenteerbare uitvinding.

    Voor uitvinders die afhankelijk zijn van een externe partij voor het uitvoeren van experimenten, is dit een gevaarlijk spel: je wilt je uitvinding zo vroeg mogelijk beschermen, maar om een verleenbare aanvraag te schrijven heb je wel bewijs (en dus hulp van een externe partij) nodig. Wanneer je alleen theoretisch bewijs levert, wordt je idee als voor de hand liggend of onvoldoende bewezen gezien, maar wanneer je eerst experimenten moet doen, moet je wel je idee delen met anderen en loop je risico dat iemand anders er met je idee vandoor gaat.

    Zit je zelf in zo’n situatie, neem dan vooral contact met ons op. Wij geven niet alleen advies over de timing van het indienen van een patentaanvraag, maar kunnen ook voorzien in een geheimhoudingsverklaring (non-disclosure agreement, NDA) om het intellectueel eigendom goed te bescherming bij samenwerkingen met andere partijen.

    Wilt u meer informatie over patenten? Download dan het (gratis) Handboek Patenten! Het Handboek Patenten behandelt de meest voorkomende vragen van ondernemers over het beschermen van uitvindingen tegen namaak.

  • Je hebt een negatief nieuwheidsrapport - wat nu?
    Gewoonlijk ontvang je zes tot negen maanden na het indienen van je octrooiaanvraag een rapport waarin de verleenbaarheid van je aanvraag wordt besproken: het ‘Nieuwheidsrapport’ of ‘Search Report’. Het kan erg confronterend zijn wanneer de uitvinding waar jij trots op bent door het octrooicentrum wordt ‘afgeschoten’ als niet nieuw of inventief. Dit is echter vaak niet zo erg als het lijkt: het is nog steeds mogelijk om octrooi te krijgen. In dit blog leg ik uit wat een negatief rapport bekent voor je Nederlandse of Europese octrooiaanvraag.

    Nederlandse octrooiaanvraag
    Wanneer het Octrooicentrum Nederland (OCNL) in zijn Nieuwheidsrapport stelt dat jouw uitvinding niet nieuw of niet inventief is, heeft dit geen invloed op de verlening van je patent (=octrooi). Nederland heeft namelijk een bijzondere procedure, waarbij je octrooiaanvraag automatisch wordt verleend op het moment van publicatie – achttien maanden na indiening – ongeacht of het aan de eisen (zoals nieuwheid en inventiviteit) voldoet. Wel mag je vóór verlening van je patent de aanvraag vrijwillig aanpassen. Je kunt er dus voor kiezen om je geclaimde uitvinding in te perken tot iets waarvan het OCNL heeft aangegeven dat het wél nieuw en inventief is. Er vindt echter geen tweede toetsing meer plaats.

    Na verlening is het aan andere partijen om eventueel de geldigheid van je octrooi aan te vechten voor de rechtbank. Omdat het Nieuwheidsrapport tegelijk met het verleende patent is gepubliceerd, kan iedereen zien wat de mening van het OCNL is. Zo heeft een derde partij een beeld van de sterkte van het patent, en de kans dat het overeind zou blijven in een rechtszaak.

    Europese octrooiaanvraag
    Het Europees Octrooibureau heeft wél een inhoudelijke toetsing voordat je octrooiaanvraag kan worden verleend. Je ontvangt een European Search Report, waarop je kunt reageren met wijzigingen en/of argumentatie. Het octrooibureau geeft daarna opnieuw zijn mening over of je aanvraag nu aan de eisen voldoet, en zo niet krijg je weer de kans om te reageren. Wanneer het octrooibureau denkt dat er te weinig schot in de zaak zit, kun je ze uitnodigingen voor een mondelinge zitting, waar ter plekke wordt bepaald of je aanvraag wordt verleend en zo ja, in welke vorm.

    Hoewel ook een verleend Europees octrooi kan worden aangevochten door een derde, is dit octrooi in ieder geval getoetst en verleenbaar gevonden door het Europees Octrooibureau.

    Geen nood aan de man
    Het is dus eigenlijk helemaal niet erg wanneer je een negatief nieuwheidsrapport ontvangt. Sterker nog: ik zeg wel eens dat een positief rapport betekent dat we misschien wel bredere bescherming hadden kunnen krijgen. Een negatief rapport kun je goed gebruiken om te zien wat er al bekend is, en wat jouw uitvinding nou echt anders maakt. Je kunt daarna preciezer afbakenen waar je precies bescherming voor kunt en wilt krijgen.

    In een octrooiaanvraag worden daarom vaak terugvalmogelijkheden omschreven. Mocht blijken dat jouw uitvinding in de breedste vorm niet nieuw of inventief is, kun je je aanvraag nog wijziging door in te perken tot één van deze terugvalposities. Zo kun je een negatief nieuwheidsrapport dus in je voordeel gebruiken!

    Ben je op zoek naar juridisch advies neem dan vrijblijvend contact op met een van onze IP consultants.


    Wilt u meer informatie over patenten? Download dan het (gratis) Handboek Patenten! Het Handboek Patenten behandelt de meest voorkomende vragen van ondernemers over het beschermen van uitvindingen tegen namaak.


  • Een computer als uitvinding, uitvinder of octrooigemachtigde? Het kan allemaal!
    In veel recente technologische ontwikkelingen spelen computers een grote rol. Dit zien we ook terug in octrooien (=patenten): er worden veel aanvragen geschreven over uitvindingen voor snellere of slimmere computers. Maar recent zijn ook de eerste berichten verschenen over uitvindingen die juist gedaan zijn dóór een computer – een Artificial Intelligence (AI). En er wordt ook al een tijdje geëxperimenteerd met het laten opstellen van een octrooiaanvraag door een computer.

    Uitvinding
    Bij uitvindingen op het gebied van computers kunnen we twee categorieën onderscheiden: hardware en software. Ontwikkelingen op het gebied van hardware zijn over het algemeen prima te octrooieren: het is een technische uitvinding waarbij goed te omschrijven is wat de uitvinding precies is, en welk probleem dit precies oplost. Bij software wordt het ingewikkelder. In veel landen (waaronder Nederland) worden computerprogramma’s namelijk niet erkend als ‘uitvinding’. Gelukkig is hiervoor een uitweg: zodra er fysieke techniek bij betrokken is, kan het namelijk wel gezien worden als uitvinding. Vaak wordt een computerprogramma dus geclaimd als ‘computer-geïmplementeerd systeem’ om zo aan de octrooiwet te kunnen voldoen.

    Uitvinder
    Laatst verscheen er een artikel over uitvindingen die volledig zelfstandig gedaan zouden zijn door een AI. De universiteit van Surrey heeft octrooiaanvragen ingediend voor twee uitvindingen van ‘DABUS’, een AI ontwikkeld door Stephen Thaler. Het Brits octrooibureau (UK IPO) heeft al aangegeven dat de uitvindingen voldoen aan de eisen van nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid. Nu reist de vraag of een AI wel uitvinder kan zijn, of dat alleen een natuurlijk persoon dit kan. Is een uitvinding van een AI niet automatisch toe te schrijven aan de maker van de AI? Hierover bestaat nog nergens concrete wetgeving, maar DABUS laat ons inzien dat het daar hoog tijd voor wordt.

    Octrooigemachtigde
    Automatisering speelt ook in het vak van octrooigemachtigde een rol. Waar men nu in veel landen nog een vertaling van (een gedeelte van) de octrooitekst moet indienen om een geldig octrooi te krijgen, zal in de toekomst een zogenoemde ‘machinevertaling’ waarschijnlijk voldoende zijn. Er bestaan inmiddels namelijk vertaalprogramma’s specifiek voor octrooien, en hoewel de vertalingen nu soms nog onleesbaar zijn, is het wel duidelijk dat de kwaliteit steeds beter wordt. Ook zijn er al programma’s die de structuur van de conclusies van het octrooi in kaart kan brengen, om het de octrooigemachtigde wat gemakkelijker te maken. En nog een stapje verder: zo is er al in 1996 octrooi aangevraagd op een machine die octrooiaanvragen kan opstellen. Wij liggen echter nog niet wakker van de resultaten die we inmiddels van dit soort machines hebben gezien. Wie weet kan een AI iets beters bedenken?

    Wilt u graag advies over uw computeruitvinding of over een uitvinding van uw computer? Neem dan contact met ons op!

    Wilt u meer informatie over patenten? Download dan het (gratis) Handboek Patenten! Het Handboek Patenten behandelt de meest voorkomende vragen van ondernemers over het beschermen van uitvindingen tegen namaak.
  • Bijzondere bescherming voor geneesmiddelen
    Geneesmiddelen hebben een bijzondere positie binnen het intellectueel eigendomsrecht. Het is namelijk mogelijk om hiervoor langer bescherming te krijgen dan de twintig jaar die een octrooi (=patent) maximaal biedt. Dit komt door het aanvullende beschermingscertificaat (ABC). Het ontwikkelen en op de markt mogen brengen van een nieuw geneesmiddel is een proces van jarenlang onderzoek om de kwaliteit, werking en veiligheid van het product te kunnen waarborgen. Het is echter verstandig om wel al tijdens deze ontwikkelfase octrooi aan te vragen voor de vondst van een nieuw geneesmiddel. Zo stel je je marktpositie alvast veilig voordat iemand met je uitvinding aan de haal kan gaan, of onafhankelijk tot dezelfde ontdekking komt. Van de twintig jaar octrooibescherming zijn er dan wellicht nog maar vijftien over op het moment dat je product daadwerkelijk omzet genereert.

    Het systeem van aanvullende beschermingscertificaten bestaat precies om voor dit verlies van effectieve beschermingsduur te compenseren. Met een ABC kun je maximaal vijf jaar extra bescherming krijgen voor je product, zodat je toch maximaal twintig jaar effectief een uitsluitend recht hebt op het door jou ontwikkelde geneesmiddel. Let wel: het is niet zo dat je octrooi echt langer geldig is, het aanvullende certificaat biedt vaak minder bescherming dan het onderliggende octrooi. Je kunt namelijk alleen aanvullende bescherming krijgen voor een specifieke geneesmiddelsamenstelling die onder het octrooi valt én gedekt wordt door een handelsvergunning. Dit in tegenstelling tot een octrooi, waarmee vaak ook meerdere alternatieve uitvoeringsvormen die gebaseerd zijn op hetzelfde werkingsmechanisme worden beschermd, en waarvoor handelsvergunningen niet relevant zijn voor de beschermingsomvang. Er is bovendien een trend waar te nemen in de gerechtelijke uitspraken in verschillende Europese landen dat de regels voor het verkrijgen van een ABC (in het Engels supplementary protection certificate – SPC) steeds strenger worden gehanteerd.

    Het octrooirecht is voor geneesmiddelen ook om een andere reden bijzonder. In de regel is octrooibescherming alleen mogelijk voor een nieuw product, maar niet voor een nieuwe toepassing van een bestaand product. Geneesmiddelen vormen hierop een uitzondering: het is mogelijk om een product voor nieuwe toepassing te beschermen, ook als er al octrooi is op het geneesmiddel an sich. Dit noemen we de tweede (of derde, of vierde) medische indicatie. Een bekend voorbeeld voor een tweede medische indicatie is Viagra, dat oorspronkelijk ontwikkeld werd als hartmedicijn, en pas later werd ontdekt voor erectiestoornissen. Dit voorbeeld geeft ook aan dat een tweede medische indicatie soms een succesvollere uitvinding kan zijn dan het oorspronkelijke idee achter een geneesmiddel. Deze uitzonderingspositie voor geneesmiddelen is er omdat ook het ontwikkelen van een tweede toepassing een grote investering is: hier moeten namelijk ook weer allerlei studies voor gedaan worden om aan de eisen van een handelsvergunning specifiek voor deze toepassing te voldoen.

    Octrooibescherming voor geneesmiddelen is de laatste tijd vaak onderwerp van discussie. Er wordt kritiek geuit op farmaceutische bedrijven die hoge prijzen vragen voor medicijnen terwijl ze al een miljoenenomzet lijken te draaien. Er gaan dan ook stemmen op om geneesmiddelen uit te sluiten van octrooibescherming, zodat door concurrentiewerking de prijzen zullen dalen. Maar welk bedrijf gaat er nog investeren in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen (of nieuwe toepassingen van bestaande geneesmiddelen), wanneer de omzet vervolgens kan worden weggekaapt door andere aanbieders? Dit is een lastig vraagstuk, waar nog geen oplossing voor is. Voorlopig blijven octrooien en ABC’s dus van essentieel belang voor elk farmaceutisch bedrijf.

    Meer informatie over het beschermen van een geneesmiddel of andere vragen over intellectueel eigendom? Neem dan contact met mij op!