Aanvullende beschermingscertificaten en Lego®: voor iedereen?
Aanvullende beschermingscertificaten en Lego®: voor iedereen?
De maximale levensduur van een patent = octrooi is 20 jaar. In ruil voor het delen van informatie verkrijgt de octrooihouder een uitsluitend recht (voor hetgeen geclaimd wordt) dat dus voor maximaal 20 jaar geldig is. Een lange periode waarin de octrooihouder de mogelijkheid wordt geboden om gedane investeringen terug te verdienen, alsmede winst te genereren door het exclusief kunnen exploiteren van de uitvinding en/of licentie-inkomsten te ontvangen van derden.

Na 20 jaar, óf als de octrooihouder het patent niet langer in stand wenst te houden, komt het patent te vervallen en is de geclaimde uitvinding door derden vrij te gebruiken. Het bekendste voorbeeld hiervan is wellicht het befaamde Lego®-blokje. In deze markt zijn sinds het komen vervallen van het patent op het Lego®-blokje (en tevens het Duplo®-blok) diverse partijen actief om mee te varen op het gigantische succes van de Lego®-formule. Hoewel Lego® zeker niet stil zit met het aanvragen van nieuwe patenten, weet Lego® met name door middel van slimme marketing, totaalbeleving bij de klant én ‘gewoon’ de nèt even betere kwaliteit van de producten de marktvoorsprong te behouden. De enorme kennis en kunde die het bedrijf de afgelopen decennia heeft opgebouwd is hierbij van onschatbare waarde.

De vraag is natuurlijk: had Lego® kunnen voorkomen dat andere partijen actief zijn binnen hetzelfde segment? Nou, ze hebben het geprobeerd. Tot aan het Europese Hof van Justitie is er geprocedeerd om de namaak van het Lego®-blokje (en het Lego®-poppetje) te voorkomen. Het door Lego® gevoerde verweer voor wat betreft het Lego®-poppetje hield stand. Echter, voor wat betreft het Lego®-blokje hield het door Lego® gevoerde verweer geen stand: deze mag gekopieerd worden.

Maar, had Lego® dan geen verlenging kunnen krijgen van het octrooirecht? Nee. Lego® niet. Maar een dergelijke ‘verlenging’ is wél beschikbaar. Tot maximaal 5 jaar bovenop de 20 jaar bescherming die een patent reeds biedt. Alleen niet voor Lego®-blokjes; maar voor geneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen: het aanvullende beschermingscertificaat (afgekort tot ‘ABC’), ook vaak aangeduid als SPCs (afkorting van ‘Supplementary Protection Certificates’). En ja, met name de farmaceutische industrie maakt hier gretig gebruik van.

Voor geneesmiddelen (en dus ook voor gewasbeschermingsmiddelen) is het immers mogelijk om in aansluiting op het patent (dat ook voor geneesmiddelen maximaal 20 jaar geldig is) een aanvullend beschermingscertificaat aan te vragen. Dit certificaat geeft tot 5 jaar extra bescherming voor het geneesmiddel waarvoor het aanvullend beschermingscertificaat is aangevraagd. De duur van zo’n certificaat is afhankelijk van de verlening van de vergunning voor het geneesmiddel door het Europees Geneesmiddelen Agentschap (de ‘EMA’); die haar hoofdkantoor (als gevolg van de naderende Brexit) van Londen naar Amsterdam heeft verplaatst.

Maar verdient de farmaceutische industrie al niet genoeg geld met de verkoop van geneesmiddelen? Waarom zouden we alsnog een verlenging van de monopolypositie toestaan? Enerzijds is deze vraag natuurlijk terecht. Er worden enorme omzetten gegenereerd met slechts één geneesmiddel. Dergelijke omzetten lopen voor zogenaamde ‘blockbusters’ in de miljarden per jaar. Ontzettend veel geld en moeilijk uitlegbaar gezien de steeds meer stijgende kosten voor de gezondheidszorg. Anderzijds, zo blijkt ook wel uit de ontwikkeling van een vaccine tegen COVID-19, is het op de markt mogen brengen van een geneesmiddel een kostbare en risicovolle onderneming. Verreweg het overgrote deel van de potentieel interessante geneesmiddelen (of vaccines) stranden in een vroegtijdig stadium. Zodra de effectiviteit en veiligheid van een geneesmiddel niet kan worden gegarandeerd wordt de ontwikkeling van het geneesmiddel onherroepelijk afgebroken en kan de onderneming fluiten naar de investering voor dat specifieke geneesmiddel. Dergelijke investeringen vergen toch al gauw enkele tientallen miljoenen euro’s.

Zo gemiddeld gezien kost het ontwikkelen van één geneesmiddel (uit een poel van doorgaans zo’n 10.000 potentiële kandidaten) ongeveer 500 miljoen euro en duurt het (inclusief het uitvoeren van klinische studies) 12-15 jaar voordat een vergunning wordt verkregen voor het daadwerkelijk kunnen verkopen van het geneesmiddel. Let wel: het patent op het actieve stofje in dat geneesmiddel is dan allang aangevraagd (veelal 10-20 jaar voordat de vergunning wordt verkregen). Met andere woorden: de monopolypositie van de octrooihouder is dan al vaak bijna verdampt.

Om de investering van doorgaans 500 miljoen euro terug te verdienen én nieuwe inkomsten te genereren voor het doen van nieuwe investeringen is het systeem van het aanvullende beschermingscertificaat in het leven geroepen. Nèt even meer tijd voor de farmaceut om optimaal te kunnen genieten van de beperkte monopolypositie die resteert. Toch even wat anders dan bij Lego® het geval was: de certificering van een Lego®-blokje kost immers slechts enkele maanden en de volle periode van 20 jaar werd gebruikt om van Lego® een wereldmerk te maken mét fantastische producten.


Nieuwsgierig of aanvullende beschermingscertificaten ook voor uw uitvinding van toepassing kunnen zijn? Of om meer te weten te komen over de Lego®-zaak? Neemt u dan contact met mij op!

Wilt u meer informatie over octrooien? Download dan het (gratis) Handboek Patenten of neem vrijblijvend contact op met mij of één van mijn collega’s. Wij helpen u graag verder met vragen over octrooien of andere vragen op het gebied van Intellectueel Eigendom.