Waarom hebben elektrische auto’s eigenlijk nog remschijven? Dat klinkt misschien als een vreemde vraag, een EV remt toch grotendeels op de elektromotor?
Je laat het gaspedaal los, de motor wint energie terug en de auto vertraagt.
Toch zit er onder elke elektrische auto nog steeds een klassiek remsysteem met schijven en blokken.
Al meer dan honderd jaar werkt remmen vooral mechanisch en hydraulisch. Je trapt een pedaal in, druk gaat door leidingen, de remklauw grijpt de schijf en wrijving doet de rest.
ABS en stabiliteitscontrole maakten dat systeem al slimmer.
Maar de volgende stap is groter.
Remmen wordt software.
Niet één pedaal dat één systeem aanstuurt, maar een auto die continu berekent welk wiel hoeveel remkracht nodig heeft.
Hoe regeneratief remmen en gewone remmen samenwerken.
Hoe stabiliteit, veiligheid en energieverbruik worden bewaakt.
Een remsysteem moet altijd werken. Niet meestal. Niet bijna altijd. Altijd.
Daarvoor heb je betrouwbare software nodig, snelle sensoren, dubbele veiligheidslagen, centrale voertuigcomputers en een bestuurder die software in de auto omarmt.
Brembo’s Sensify laat goed zien waar dit naartoe gaat. De remklauw is niet langer alleen mechanisch, maar onderdeel van de softwarearchitectuur van de auto.
Toch is het idee niet nieuw.
Brake-by-wire, elektronische remboosters en slimme remsystemen bestaan al jaren in verschillende vormen.
Zoals zo vaak bij innovatie liep het idee niet vast op de tekentafel, maar op de wereld eromheen. De techniek was er al, maar de industrie, regelgeving en gebruiker moesten nog wennen.
Die puzzelstukjes beginnen nu op hun plek te vallen doordat de wereld er eindelijk klaar voor is.
Zelfs remmen heeft dus soms wat tijd nodig om op gang te komen.