Deze toelichting geeft je inzicht in een aantal belangrijke aspecten van een Nederlands patent en het aanvragen daarvan. Heb je na het lezen nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op.
Een patent is een exclusief recht waarmee je anderen kunt verbieden je uitvinding bedrijfsmatig aan te bieden, te maken, te verkopen of op een andere manier te exploiteren. Een patent is dus een verbodsrecht. Als patenthouder kun je optreden tegen inbreukmakers, zo nodig via een juridische procedure.
Een hardnekkig misverstand is dat een patent je automatisch het recht geeft om je uitvinding zelf toe te passen. Ook met een eigen patent kun je bij het toepassen van je uitvinding inbreuk maken op patentrechten van anderen.
Nederlandse patentaanvragen worden op grond van de Rijksoctrooiwet behandeld door Octrooicentrum Nederland (OCNL).
Een nieuwheidsonderzoek is een verplicht onderdeel van de aanvraagprocedure. De resultaten geven een indicatie of je uitvinding voldoende nieuw en inventief is ten opzichte van de stand van de techniek om zinvolle patentbescherming te bieden. Het onderzoek geeft hierover geen garantie.
In Nederland wordt een patent verleend ongeacht de inhoud van het nieuwheidsrapport. Als er later een juridisch geschil ontstaat, kan de rechter beoordelen of het patent aan de eisen van nieuwheid en inventiviteit voldoet. Een ander kan de geldigheid van een verleend Nederlands patent gedurende de looptijd aanvechten via een nietigheidsprocedure.
Dit betekent dat op vrijwel elke Nederlandse patentaanvraag die aan de procedurele vereisten voldoet een patent wordt verleend, doorgaans anderhalf jaar na indiening.
Voor rechtsgeldige patentbescherming moet je uitvinding nieuw en inventief zijn ten opzichte van de kennis die op de indieningsdatum wereldwijd openbaar toegankelijk is. Dit wordt de stand van de techniek genoemd.
Ook je eigen handelen kan de mogelijkheden voor patentbescherming schaden. Denk bijvoorbeeld aan het openbaar maken van je uitvinding voordat je de patentaanvraag hebt ingediend.
Zonder nieuwheidsonderzoek krijg je geen Nederlands patent. Je vraagt dit onderzoek bij voorkeur direct aan bij het indienen van je patentaanvraag. Bij een eerste Nederlandse indiening moet je het onderzoek uiterlijk binnen dertien maanden na de indieningsdatum aanvragen en betalen.
Doorgaans ontvang je het nieuwheidsrapport binnen zes tot negen maanden na het aanvragen van het onderzoek. Het rapport wordt door of namens OCNL opgesteld en bevat documenten, vaak patentpublicaties, die relevant worden geacht voor de beoordeling van de nieuwheid en inventiviteit van je uitvinding.
Het is belangrijk om het rapport zorgvuldig te bestuderen. Zo krijg je inzicht in wat de gevonden stand van de techniek betekent voor de mogelijkheden om je uitvinding rechtsgeldig te beschermen. Dit is vooral relevant als je op basis van je Nederlandse aanvraag later ook patentbescherming in het buitenland wilt aanvragen.
Wij kunnen de resultaten voor je analyseren, mogelijke obstakels in kaart brengen en adviseren hoe je daarmee omgaat.
Hoewel het onderzoek door gespecialiseerde onderzoekers wordt uitgevoerd, kan later blijken dat het overzicht van de stand van de techniek niet volledig was. Het nieuwheidsrapport is daarom indicatief en biedt geen garantie.
Ons advies is om je uitvinding ten minste tot de indieningsdatum geheim te houden. Deel je de uitvinding daarvoor toch met anderen, mondeling of schriftelijk, doe dit dan alleen onder een strikte schriftelijke geheimhoudingsafspraak.
Je kunt kiezen tussen een nieuwheidsonderzoek van het nationale type en een onderzoek van het internationale type. OCNL brengt hiervoor de volgende taksen in rekening:
Inhoudelijk zijn beide onderzoeken in beginsel gelijk. Een onderzoek van het internationale type wordt altijd uitgevoerd door het Europees Octrooibureau. Een onderzoek van het nationale type wordt in beginsel uitgevoerd door OCNL, dat het onderzoek ook kan uitbesteden aan het Europees Octrooibureau.
Een internationaal nieuwheidsonderzoek kan kostenvoordelen en procedurele voordelen bieden als je na je Nederlandse aanvraag ook een Europese of internationale patentaanvraag overweegt. Die voordelen kunnen de hogere onderzoekstaks rechtvaardigen.
De resultaten van het nieuwheidsonderzoek kunnen aanleiding geven om de tekst van je Nederlandse patentaanvraag vóór verlening aan te passen. Daarmee kun je het patent in een later stadium beter verdedigbaar maken. De aangepaste tekst kan ook van nut zijn voor eventuele overeenkomstige patentaanvragen buiten Nederland.
Na je eerste Nederlandse patentaanvraag heb je één jaar om te beslissen of je ook in andere landen patentbescherming wilt aanvragen met behoud van de prioriteit van je eerste aanvraag. Deze periode heet het prioriteitsjaar.
In eerste instantie kan één Nederlandse patentaanvraag dus volstaan. Binnen het prioriteitsjaar bepaal je samen met je octrooigemachtigde welke vervolgstappen passen bij je plannen.
Een Nederlands patent wordt doorgaans anderhalf jaar na indiening verleend en gepubliceerd. Vanaf de publicatie is de inhoud van je aanvraag voor iedereen zichtbaar. Na verlening kun je anderen aanspreken op patentinbreuk.
Vermoed je al eerder dat iemand inbreuk maakt? Neem dan contact op met je octrooigemachtigde om te bespreken of versnelde verlening mogelijk is.
Om je Nederlandse patent in stand te houden, betaal je vanaf het vierde patentjaar jaarlijks een instandhoudingstaks aan OCNL. De eerste betaling moet vóór het begin van dat vierde jaar plaatsvinden. De taksen lopen in de loop van de jaren op.
Wij vragen je jaarlijks tijdig om instructies over het wel of niet betalen van de instandhoudingstaksen. Als je deze taksen niet of niet op tijd betaalt, kan je patent vervallen.
Door de instandhoudingstaksen te betalen, kan je Nederlandse patent maximaal twintig jaar vanaf de indieningsdatum van kracht blijven.