Met één Europese patentaanvraag kun je patentbescherming aanvragen in maximaal 46 landen, waaronder landen buiten de Europese Unie. Voor de lidstaten kun je je definitieve keuze voor de landen waar je het Europese patent van kracht wilt laten worden uitstellen tot de verlening.
De Europese route biedt toegang tot onderstaande 46 landen: 40 lidstaten van de Europese Patentorganisatie, één uitbreidingsland en vijf validatielanden.
|
|
Stand: 21 oktober 2026. Welke landen je kunt kiezen, hangt onder meer af van de indieningsdatum van je aanvraag. Voor uitbreiding en validatie gelden aanvullende voorwaarden en taksen.
Na indiening van je Europese patentaanvraag stelt het Europees Octrooibureau een nieuwheidsrapport op. Dit bevat een overzicht van publicaties die volgens het Europees Octrooibureau relevant zijn voor de beoordeling van je aanvraag. Doorgaans is het rapport binnen een half jaar na indiening van de Europese patentaanvraag beschikbaar.
Anderhalf jaar na indiening van je eerste Nederlandse prioriteitsaanvraag worden de Europese patentaanvraag en het nieuwheidsrapport gepubliceerd. Normaal gesproken is dit een half jaar na indiening van de Europese aanvraag.
Het Europees Octrooibureau start de inhoudelijke beoordeling nadat je de daarvoor verschuldigde taks hebt betaald. Deze moet uiterlijk zes maanden na publicatie van het nieuwheidsrapport zijn voldaan. Als er bezwaren zijn opgenomen in het nieuwheidsrapport, moet je ook op die bezwaren reageren.
In het gunstigste geval laat het Europees Octrooibureau weten dat het akkoord is met je patentaanvraag. In de praktijk volgt vaak een schriftelijke uitwisseling over de aanvraag.
Daarbij streef je als aanvrager naar een zo breed mogelijke bescherming. Tegelijk moet de geclaimde uitvinding nieuw en inventief zijn ten opzichte van de publicaties die in het nieuwheidsrapport zijn aangehaald.
In het ongunstigste geval wijst het Europees Octrooibureau je aanvraag af. Daartegen kun je mogelijk beroep instellen.
Om je Europese patentaanvraag in stand te houden, betaal je vanaf het derde jaar na indiening een jaarlijkse instandhoudingstaks. Na verlening betaal je voor nationaal gevalideerde patenten jaarlijks instandhoudingstaksen aan de betreffende nationale patentinstanties.
Een akkoord van het Europees Octrooibureau leidt niet automatisch tot verlening. Je moet daarvoor ook de verleningstaks betalen en vertalingen van de conclusies aanleveren. De conclusies moeten voor de publicatie beschikbaar zijn in het Frans, Duits en Engels.
In de eerste negen maanden na verlening kunnen anderen oppositie instellen tegen je patent. Zij kunnen dan redenen aanvoeren waarom het patent volgens hen niet verleend had mogen worden. In de praktijk wordt tegen ongeveer één op de twintig verleende patenten oppositie ingesteld.
Om je Europese patent in een afzonderlijk land van kracht te laten worden, moet je het daar bij de nationale patentinstantie laten registreren of valideren. Daarnaast kun je kiezen voor een unitair patent, waarmee je Europese patent in meerdere deelnemende landen tegelijk van kracht wordt.
Voor de nationale validatie moet je vaak een bedrag betalen. In veel gevallen moet je ook een vertaling van het Europese patent in een officiële taal van het betreffende land indienen.
Onderstaande tijdlijn is indicatief en gaat uit van een eerste Nederlandse patentaanvraag.