Om na te gaan of je uitvinding of ontwikkeling al bekend is, kan het zinvol zijn om tijdig een onderzoek in de patentliteratuur uit te voeren.
Een onderzoek naar patenteerbaarheid in de (patent)literatuur wordt doorgaans uitgevoerd om te kijken of je uitvinding voldoet aan de voorwaarden voor patentverlening, namelijk of de uitvinding nieuw en inventief is. Normaal gesproken vindt deze stap plaats voordat je een patent aanvraagt. Een dergelijk vooronderzoek helpt je bij de beslissing om wel of geen patent aan te vragen. Dit vooronderzoek is een optionele stap en geen verplicht onderdeel van het proces om patentbescherming te verkrijgen. Je kunt dus ook zonder vooronderzoek een patentaanvraag opstellen en indienen. Een vooronderzoek vervangt ook niet het onderzoek dat de overheid op een patentaanvraag uitvoert.
Na een gesprek met een octrooigemachtigde en eventueel een patentinformatiespecialist wordt een zoekstrategie bepaald.
Het toepassen van de zoekstrategie in literatuurdatabases, met name databases met patentliteratuur, levert doorgaans documenten op waarmee de zoekstrategie verder kan worden verfijnd. Zo wordt gezocht naar de meest relevante literatuur voor je uitvinding.
De belangrijkste resultaten van het onderzoek worden in een rapportage besproken. De gevonden documenten worden samengevat en de relevantie ervan voor je uitvinding wordt aangegeven. Tot slot wordt een advies geformuleerd over de mogelijkheden voor patentbescherming van je uitvinding op basis van de gevonden literatuur.
Een vrijgaveonderzoek of freedom-to-operateonderzoek (FTO) kan op verschillende momenten tijdens de ontwikkeling van een nieuw product of proces worden uitgevoerd. Idealiter voordat je een belangrijke of kostbare beslissing neemt, maar bij voorkeur uiterlijk voordat je de markt betreedt.
Een vrijgaveonderzoek verschilt van een onderzoek naar patenteerbaarheid. Het doel is te onderzoeken of je mogelijk inbreuk maakt op patentrechten van anderen. Bij een onderzoek naar patenteerbaarheid wordt onderzocht of je een product of proces kunt patenteren.
Er kan alleen inbreuk worden gemaakt op patentrechten die nog geldig zijn in het gebied waar je het product of proces op de markt brengt, produceert of uitvoert. Naast het identificeren van mogelijk relevante patentrechten is het ook belangrijk om de conclusies van de gevonden patenten te analyseren. Deze bepalen de omvang van de bescherming.
De gevonden patentrechten worden in een rapportage besproken. Daarin geeft een octrooigemachtigde ook een inschatting van het risico dat je inbreuk maakt op deze patentrechten.
Met een nietigheidsonderzoek kun je onderzoeken hoe sterk een patent van een ander is. Dit onderzoek wordt vaak uitgevoerd als je van patentinbreuk wordt beschuldigd, om de rechtsgeldigheid van het patent te onderzoeken en eventueel een nietigheidsprocedure te starten. Een nietigheidsonderzoek kan ook interessant zijn als een patent van een concurrent onlangs is verleend en je dit patent via een oppositieprocedure wilt aanvechten. Het onderzoek kan literatuur opleveren die als basis dient voor zo’n procedure.
Het doel van een nietigheidsonderzoek is het vinden van nieuwe literatuur die de nieuwheid en/of inventiviteit van de in het patent geclaimde uitvinding aantast. Op basis van de gevonden documenten kunnen argumenten worden geformuleerd die mogelijk leiden tot het vervallen van het patentrecht of een beperking van de beschermingsomvang. Je kunt de gevonden documenten ook gebruiken in onderhandelingen met de patenthouder, bijvoorbeeld om een gunstige licentie te verkrijgen.
De gevonden literatuur wordt in een rapportage besproken. Daarin wordt ook aangegeven of en hoe je deze literatuur kunt gebruiken om de rechtsgeldigheid van het betreffende patent aan te vechten.