Business Unit MKB

Luc Smeets

Naam:Luc Smeets

Functie:Senior European patent attorney

Afdeling:Unit MKB

Tel:+31 (0)40 243 37 15

Mail:L.Smeets@aomb.nl


Na afronding van zijn studie Medicinal Chemistry aan de VU Amsterdam is Luc sinds 2007 werkzaam in het vakgebied. Na enkele jaren werkzaam te zijn geweest op de octrooiafdeling van een internationaal farmaceutisch bedrijf en bij een Nederlands IP kantoor maakte hij in april 2018 de switch naar AOMB, waar hij werkt als Senior Europees octrooigemachtigde.

Luc heeft naast zijn biochemische achtergrond ook ervaring met bedrijven gericht op werktuigbouwkunde en dat maakt hem een ervaren allround octrooigemachtigde.

Binnen AOMB maakt Luc deel uit van Business unit MKB. Met name het directe contact met de ondernemer spreekt hem aan. Hij voelt zich dan ook bijzonder betrokken bij zijn cliënten. Bij de bron van de nieuwste innovaties staan en alles regelen voor je cliënten is wat hij zo mooi vindt aan het IP vak!

Als adviseur en collega is Luc betrokken, sociaal en betrouwbaar. Hij is een echte familieman die in zijn vrije tijd alle aandacht schenkt aan zijn gezin. Daarnaast houdt hij ook van wielrennen en geniet hij van muziek.


Werkzaam bij AOMB sinds

Vanaf 2018 werkzaam bij AOMB

Vestigingsplaats

Eindhoven HQ, Maastricht

Expertises en werkgebieden

Chemie, Life Sciences, food & agro, materiaalkunde, levensmiddelentechnologie en biotechnologie

Opleidingen

Scheikunde en farmaceutische wetenschappen - VU Amsterdam (afgerond in 2007)

Relevante werkervaring

Voorheen werkzaam als octrooigemachtigde bij verschillende Nederlandse octrooibureau's

Nevenactiviteiten

Lid van de Nederlandse Orde van Octrooigemachtigden en EPI

Blog

  • Aanvullende beschermingscertificaten en Lego®: voor iedereen?
    De maximale levensduur van een patent = octrooi is 20 jaar. In ruil voor het delen van informatie verkrijgt de octrooihouder een uitsluitend recht (voor hetgeen geclaimd wordt) dat dus voor maximaal 20 jaar geldig is. Een lange periode waarin de octrooihouder de mogelijkheid wordt geboden om gedane investeringen terug te verdienen, alsmede winst te genereren door het exclusief kunnen exploiteren van de uitvinding en/of licentie-inkomsten te ontvangen van derden.

    Na 20 jaar, óf als de octrooihouder het patent niet langer in stand wenst te houden, komt het patent te vervallen en is de geclaimde uitvinding door derden vrij te gebruiken. Het bekendste voorbeeld hiervan is wellicht het befaamde Lego®-blokje. In deze markt zijn sinds het komen vervallen van het patent op het Lego®-blokje (en tevens het Duplo®-blok) diverse partijen actief om mee te varen op het gigantische succes van de Lego®-formule. Hoewel Lego® zeker niet stil zit met het aanvragen van nieuwe patenten, weet Lego® met name door middel van slimme marketing, totaalbeleving bij de klant én ‘gewoon’ de nèt even betere kwaliteit van de producten de marktvoorsprong te behouden. De enorme kennis en kunde die het bedrijf de afgelopen decennia heeft opgebouwd is hierbij van onschatbare waarde.

    De vraag is natuurlijk: had Lego® kunnen voorkomen dat andere partijen actief zijn binnen hetzelfde segment? Nou, ze hebben het geprobeerd. Tot aan het Europese Hof van Justitie is er geprocedeerd om de namaak van het Lego®-blokje (en het Lego®-poppetje) te voorkomen. Het door Lego® gevoerde verweer voor wat betreft het Lego®-poppetje hield stand. Echter, voor wat betreft het Lego®-blokje hield het door Lego® gevoerde verweer geen stand: deze mag gekopieerd worden.

    Maar, had Lego® dan geen verlenging kunnen krijgen van het octrooirecht? Nee. Lego® niet. Maar een dergelijke ‘verlenging’ is wél beschikbaar. Tot maximaal 5 jaar bovenop de 20 jaar bescherming die een patent reeds biedt. Alleen niet voor Lego®-blokjes; maar voor geneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen: het aanvullende beschermingscertificaat (afgekort tot ‘ABC’), ook vaak aangeduid als SPCs (afkorting van ‘Supplementary Protection Certificates’). En ja, met name de farmaceutische industrie maakt hier gretig gebruik van.

    Voor geneesmiddelen (en dus ook voor gewasbeschermingsmiddelen) is het immers mogelijk om in aansluiting op het patent (dat ook voor geneesmiddelen maximaal 20 jaar geldig is) een aanvullend beschermingscertificaat aan te vragen. Dit certificaat geeft tot 5 jaar extra bescherming voor het geneesmiddel waarvoor het aanvullend beschermingscertificaat is aangevraagd. De duur van zo’n certificaat is afhankelijk van de verlening van de vergunning voor het geneesmiddel door het Europees Geneesmiddelen Agentschap (de ‘EMA’); die haar hoofdkantoor (als gevolg van de naderende Brexit) van Londen naar Amsterdam heeft verplaatst.

    Maar verdient de farmaceutische industrie al niet genoeg geld met de verkoop van geneesmiddelen? Waarom zouden we alsnog een verlenging van de monopolypositie toestaan? Enerzijds is deze vraag natuurlijk terecht. Er worden enorme omzetten gegenereerd met slechts één geneesmiddel. Dergelijke omzetten lopen voor zogenaamde ‘blockbusters’ in de miljarden per jaar. Ontzettend veel geld en moeilijk uitlegbaar gezien de steeds meer stijgende kosten voor de gezondheidszorg. Anderzijds, zo blijkt ook wel uit de ontwikkeling van een vaccine tegen COVID-19, is het op de markt mogen brengen van een geneesmiddel een kostbare en risicovolle onderneming. Verreweg het overgrote deel van de potentieel interessante geneesmiddelen (of vaccines) stranden in een vroegtijdig stadium. Zodra de effectiviteit en veiligheid van een geneesmiddel niet kan worden gegarandeerd wordt de ontwikkeling van het geneesmiddel onherroepelijk afgebroken en kan de onderneming fluiten naar de investering voor dat specifieke geneesmiddel. Dergelijke investeringen vergen toch al gauw enkele tientallen miljoenen euro’s.

    Zo gemiddeld gezien kost het ontwikkelen van één geneesmiddel (uit een poel van doorgaans zo’n 10.000 potentiële kandidaten) ongeveer 500 miljoen euro en duurt het (inclusief het uitvoeren van klinische studies) 12-15 jaar voordat een vergunning wordt verkregen voor het daadwerkelijk kunnen verkopen van het geneesmiddel. Let wel: het patent op het actieve stofje in dat geneesmiddel is dan allang aangevraagd (veelal 10-20 jaar voordat de vergunning wordt verkregen). Met andere woorden: de monopolypositie van de octrooihouder is dan al vaak bijna verdampt.

    Om de investering van doorgaans 500 miljoen euro terug te verdienen én nieuwe inkomsten te genereren voor het doen van nieuwe investeringen is het systeem van het aanvullende beschermingscertificaat in het leven geroepen. Nèt even meer tijd voor de farmaceut om optimaal te kunnen genieten van de beperkte monopolypositie die resteert. Toch even wat anders dan bij Lego® het geval was: de certificering van een Lego®-blokje kost immers slechts enkele maanden en de volle periode van 20 jaar werd gebruikt om van Lego® een wereldmerk te maken mét fantastische producten.


    Nieuwsgierig of aanvullende beschermingscertificaten ook voor uw uitvinding van toepassing kunnen zijn? Of om meer te weten te komen over de Lego®-zaak? Neemt u dan contact met mij op!

    Wilt u meer informatie over octrooien? Download dan het (gratis) Handboek Patenten of neem vrijblijvend contact op met mij of één van mijn collega’s. Wij helpen u graag verder met vragen over octrooien of andere vragen op het gebied van Intellectueel Eigendom.


  • Inbreuk op mijn patent, en nu…?
    Stoom uit de oren, briesend van woede, maar ook enigszins ontdaan stapt de klant mijn kantoor binnen. De concurrent biedt de producten van mijn klant aan en daar moet nú iets aan gedaan worden.
    “Jaren van ontwikkeling en investering down the drain, dat kan toch zomaar niet!?”
    “Kom binnen, ga zitten, koffie?”

    De reactie van mijn klant is natuurlijk volstrekt begrijpelijk. En in the heat of the moment heb ik als zijn adviseur en vertrouwenspersoon eenzelfde eerste reactie. Het liefst zou ik mijn klant willen helpen om direct met gestrekt been in te vliegen. Maar té snel, ondoordacht of onzorgvuldig handelen zal enkel resulteren in een ongewenst resultaat voor mijn klant. Een gestrekt been wordt ook niet voor niets gewaardeerd met een donkerrood gekleurde rode kaart: nadelig voor het team en (verdere) verharding van de onderlinge verhoudingen.

    Juist in dergelijke situaties is het voor de klant van belang een goede strategie te bepalen voor de aanpak van de inbreuk en op een zorgvuldige en adequate manier bewijsmateriaal te verzamelen. Maar voordat deze strategie bepaald kan worden zal allereerst gekeken moeten worden naar het wat, waar, wanneer en hoe.

    Inbreuk? Wat, waar, wanneer en hoe
    Immers, om inbreuk vast te kunnen stellen zal eerst bepaald moeten worden of er überhaupt sprake is van inbreuk.

    Hiervoor zullen de volgende criteria moeten worden getoetst:
    - wat biedt de concurrent aan, valt het product binnen de beschermingsomvang van het patent?
    - waar biedt de concurrent het product aan? In welk land? Is het patent geldig in dat land? Of waar haalt de concurrent het product vandaan? Is het patent geldig in het land van de leverancier van het product?
    - vanaf wanneer biedt de concurrent het product aan? Na publicatie van het patent of al daarvoor? en
    - hoe wordt het product aangeboden? Wordt het product commercieel aangeboden of niet?

    Als de uitkomst van bovenstaande analyse voor alle punten ‘positief’ is, is het bepalen van een goede strategie de volgende stap. Inbreuk zal op een pragmatische manier moeten worden bestreden. Immers, in geval van inbreuk zijn er diverse paden te bewandelen om een zo gunstig mogelijk resultaat te behalen voor de klant. Is de juridische weg de meest voor de hand liggende route of is een goed gesprek met de concurrent een betere optie?

    Bewijsmateriaal verzamelen? DOEN!
    Het verzamelen van bewijsmateriaal is, ongeacht de gekozen strategie, van essentieel belang om goed beslagen ten ijs te komen. Maar waar moet op worden gelet om dit bewijs zorgvuldig, doordacht en met relevantie te verzamelen? Ook zonder octrooigemachtigde kan reeds bewijsmateriaal worden verzameld volgens het ‘DOEN’ principe:

    - dateer;
    - onafhankelijk;
    - efficiënt; en
    - nauwkeurig.

    • Dateer
      Het dateren van bewijsmateriaal is essentieel. Hierbij kan gedacht worden aan het dateren van een website waarop het inbreukmakende product wordt aangeboden. Maar ook het simpelweg bewaren van een bestelbon van het inbreukmakende product kan als bewijsmateriaal dienen en kan aantonen dat het product in een bepaald land (bijvoorbeeld Nederland) geleverd wordt.

    • Onafhankelijk
      Het inschakelen van onafhankelijke partijen in het verifiëren en analyseren van verkregen bewijsmateriaal is net zo essentieel als het dateren van het bewijsmateriaal zelf.

      In de meest voorkomende gevallen hebben mijn klanten te maken met inbreukmakende producten die worden aangeboden op beurzen. Uiteraard is het verzamelen van fysiek bewijsmateriaal, zoals brochures, informatie met exposanten, locatie van de stand en dergelijke, een eenvoudige klus (mits gedateerd). Echter, om zelfgemaakte foto’s als bewijsmateriaal te kunnen gebruiken zal een onafhankelijke partij ingeschakeld moeten worden. Laat bijvoorbeeld de organisatie van de beurs een verklaring afleggen waar de datum en plaats van vaststelling van de inbreuk duidelijk uit blijkt. Idealiter wordt een gerechtsdeurwaarder ingeschakeld om ter plaatse een vaststelling te doen.

      Andere onafhankelijke partijen, zoals een notaris, kunnen tevens bewijsmateriaal verifiëren op juistheid.

      Ook voor het analyseren van een van de concurrent verkregen inbreukmakend product wordt idealiter een onafhankelijke partij ingeschakeld. Een dergelijke analyse heeft significante meerwaarde ten opzichte van een door de klant zelf uitgevoerde analyse.

    • Efficiënt
      Ga efficiënt om met de (soms beperkte) mogelijkheden voor het verzamelen van bewijsmateriaal. Maak hierbij geen slapende honden wakker. Bestel producten eventueel via een tussenpersoon, of laat een tussenpersoon de exposant op een beurs benaderen. Onderdeel hiervan is het houden van de juiste focus. Een juiste focus maakt dat op kost- en tijd-efficiënte wijze relevant bewijsmateriaal wordt verzameld zonder dat dit ten koste gaat van de capaciteit binnen de eigen organisatie. En zonder de juiste focus zullen de kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke partijen en adviseurs hoger uitvallen dan strikt noodzakelijk.

    • Nauwkeurig
      Ga vooral nauwkeurig te werk. Zo zal de context duidelijk uit het bewijsmateriaal moet blijken. In geval van bewijsverzameling op een beurs: plaats het op een foto te vangen product (of relevant onderdeel hiervan) daarom in de juiste context. Fotografeer dus niet enkel een detail, maar ook het product in combinatie met de omgeving.

    Last but not least: schakel in ieder geval een octrooigemachtigde in voor verder advies.

    En de klant? Die was geholpen met een goed onderbouwde brief gericht aan de concurrent met een vriendelijk, doch dringend, verzoek inbreuk te staken en gestaakt te houden.

    Meer informatie over het verzamelen van bewijsmateriaal, het bepalen van mate van inbreuk op een patent of aanverwante intellectueel eigendomsrechten? Neem dan contact met mij op!