Veelgestelde vragen kwekersrecht


 

Waar moet een plantenras aan voldoen om kwekersrecht te verkrijgen?
Het ras moet nieuw zijn en daarnaast onderscheidbaar, homogeen en bestendig. Deze laatste eigenschappen worden getoetst aan de hand van een opplanting door de kwekersrechtinstantie. Onderscheidbaar betekent dat het ras dient af te wijken van alle eerdere bekende rassen in hetzelfde gewas. Het betreft hier het morfologisch onderscheid zoals bladvorm en -kleur, bloemvorm en -kleur, planthoogte en alle andere eigenschappen die het ras zichtbaar onderscheidbaar maken. Intrinsieke kwaliteiten van het ras, zoals geur, smaak en ook eventuele resistenties tegen ziekten en plagen worden niet in de beoordeling betrokken. Met homogeen wordt bedoeld dat meerdere planten van hetzelfde ras eenzelfde expressie dienen te hebben en er, binnen bepaalde marges, na vermeerdering geen afwijkende planten aanwezig mogen zijn. Het ras is bestendig indien gedurende de opéénvolgende vermeerderingsslagen het ras zijn eigenschappen behoudt.

Wanneer is een ras nieuw?
Een ras is nieuw wanneer het ras in het betreffende gebied waarvoor kwekersrecht wordt aangevraagd, niet langer dan 12 maanden in het economisch verkeer is. Hiermede wordt bedoeld dat plantmateriaal vóór deze periode niet aangeboden en/of aan derden geleverd mag zijn. Het tonen van een ras op een tentoonstelling valt hier niet onder, evenals beperkte proefopplantingen bij derden. Daarenboven is het ras nieuw indien het niet langer dan 4 jaren buiten het gebied waarvoor kwekersrecht wordt aangevraagd in het economisch verkeer is gebracht of  6 jaren in geval van bomen en wijnstokken.

Welke kwekersrechtwetgeving geldt voor Nederland en is er een internationaal aanmeldingssysteem?
Voor Nederland gelden twee sui-generis kwekersrechtwetgevingen, namelijk de Zaaizaad- en Plantgoedwet nationaal en de Europese richtlijn 94/2100, welke het Communautair kwekersrecht regelt. Deze systemen werken onafhankelijk van elkaar, zij het dat indien een Communautair kwekersrecht is verleend de Nederlandse inschrijving in het rassenregister dient te vervallen. In tegenstelling tot hetgeen gebruikelijk bij octrooien, merken en modellen, is er, buiten het Communautaire kwekersrecht, géén internationaal systeem om middels één aanvrage het kwekersrecht in meerdere landen te verkrijgen. In ieder land zal derhalve een individuele aanvrage verricht dienen te worden. Wel is er soms een overname van de, door de Nederlandse of Communautaire kwekersrechtinstantie opgestelde, rasbeschrijving waardoor de verplichte proefopplanting in het buitenland kan komen te vervallen en het kwekersrecht wordt verleend op basis van het overgedragen rapport. Dit scheelt aanzienlijk in de tijd en kosten van de (buitenlandse) aanvrage.

Hoe lang duurt de bescherming van het kwekersrecht?
In het algemeen geldt dat, middels inschrijving in het Nederlandse en Communautaire Rassenregister, de bescherming van het kwekersrecht 25 jaar duurt vanaf de datum van de indiening van de aanvrage, met als uitzondering 30 jaar voor bomen en wijnstokken. Voor landen buiten Europa kan een andere, vaak kortere, geldigheidsduur van toepassing zijn. Ten einde de inschrijving in het Rassenregister in stand te houden, dienen elk jaar jaarcijnzen te worden afgedragen aan de kwekersinstanties. Na de afloop van de inschrijvingsperiode is het ras door een ieder vrij te produceren en te verhandelen.